Haal het kalkoengebraad 30 minuten op voorhand uit de koelkast zodat het op kamertemperatuur kan komen.
Verwarm je oven op 160 graden.
Meng 2 eetlepels olijfolie met de zeste van 1 citroen
Dep het vlees droog en smeer in met de zeste olie.
Kruid rondom met peper en zout.
Verhit een pan met een klont boter en kleur het kalkoengebraad rondom goudbruin.
Leg het gebraad in een ovenschaal en steek een kernthermometer in het dikste deel.
Leg 10 salieblaadjes bovenop het vlees en druk aan.
Gaar in de oven tot een kerntemperatuur van 65°C. Reken ongeveer 45 minuten, afhankelijk van de dikte.
Pel en snipper de sjalot heel fijn.
Zet de pan waarin je het vlees hebt aangekleurd opnieuw op het vuur. Fruit de sjalot glazig in het braadvocht.
Voeg de overgebleven salie blaadjes en steeltjes in hun geheel toe aan de pan.
Blus met witte wijn en laat even inkoken. Voeg de gevogeltefond toe en laat zachtjes reduceren tot een lichte jus.
Monteer op het einde met een klein klontje koude boter voor glans en zachtheid.
Proef en breng op smaak met peper, zout en eventueel een paar druppels citroensap voor frisheid.
Haal het vlees uit de oven, dek losjes af met aluminiumfolie en laat 10 minuten rusten. Tijdens het rusten stijgt de kerntemperatuur nog naar ± 68°C, perfect sappig.
Snij het kalkoengebraad in mooie plakken en lepel er wat lichte jus over. Heerlijk met gebakken krieltjes en wat seizoensgroenten.